Spirit van Schaap

foto van Spirit van Schaap

Algemeen:
Het Schaap is een evenhoevig zoogdier, dat door de mens is gedomesticeerd uit de Moeflon, om onder andere wol te leveren. Het Schaap is een herkauwer. Mannetjes worden Ram genoemd, vrouwtjes Ooi en het jong Lam.
Een gecastreerde Ram heet een Hamel. Een Hamel is rustiger dan een onbesneden Ram en wordt daarom van oudsher vaak als leider van een kudde gebruikt, met een bel om de nek: de Belhamel.

Een Schaap kan een leeftijd van 15 tot 20 jaar halen, maar dit komt in de praktijk zelden voor. Meestal worden ze veel eerder geslacht. Schapen gebruiken hun tanden om gras en kruidachtige af te snijden, met een beweging zoals een tondeuse. Het grazen gaat dus heel anders dan bij de Koe die het gras met de tong lostrekt.

Behalve voor de wol worden Schapen ook gehouden voor hun melk en hun vlees, waarbij vooral het Lamsvlees wordt gewaardeerd. De Schapenmaag wordt gebruikt in traditionele gerechten als tripes en haggis. Uit Schapendarmen werden condooms gemaakt en ze worden soms nog gebruikt om de snaren voor violen en andere strijkinstrumenten te maken.

Vroeger was Nederland een Schapenland, nu is Australië zo’n land: tegenover ongeveer 20 miljoen mensen staan op het zuidelijke continent 150 miljoen schapen. Het grootste deel van hun wol wordt over de hele wereld uitgevoerd.

Het Schaap werd, net als de Geit, vóór 7500 v.Chr. gedomesticeerd en behoort tot de vroegst gedomesticeerde dieren. Het gedomesticeerde Schaap stamt af van wilde Schapen uit het geslacht Ovis. Vanuit het Midden-Oosten, waar het waarschijnlijk is gedomesticeerd, verspreidde het Schaap zich over de rest van de wereld. Alle Schaapstypen zijn kuddedieren.

Schapen voldoen aan alle 6 de eigenschappen voor ‘de’ domesticeerbaarheid die de evolutionaire fysioloog Jared Diamond heeft vooropgesteld. De vereisten die de domesticeerbaarheid bepalen zijn: flexibele en bescheiden eetgewoonten, snel de volwassenheid bereiken, in gevangenschap kunnen paren, een van nature zachtaardig karakter hebben (hoewel rammen agressief kunnen zijn, vooral tijdens de paartijd), bestand tegen de stress van gevangenschap, sociale structuur met sterk leiderschap. Een bijkomende gunstige eigenschap is dat Schapen hun woonplaats onthouden en de kennis van graas- en schuilplekken doorgeven op de volgende generatie; hierdoor kunnen Schapen zelfs zonder afrastering gemakkelijk geweid worden.

Aanvankelijk trok een schaapherder rond met zijn kudde om overbegrazing te voorkomen. In Nederland en België is men vermoedelijk vanaf ongeveer de 5e eeuw v.Chr. Schapen gaan houden. Het houden van Schapen in afgezette weiden werd pas laat in het middeleeuwse Europa gedaan.

Gericht fokken en een natuurlijke selectie door uiteenlopende leefomstandigheden hebben in de loop der eeuwen tot 970 rassen geleid. Bij de Nederlandse rassen wordt onderscheid gemaakt tussen de Heideschapen van de schrale heide en zandgrond en Weideschapen van de voedzamere kleigronden.

Heideschapen zijn ontstaan op voedselarme gronden. Men liet de beesten overdag op ruige gronden grazen en dreef ze ’s avonds bijeen in de potstal. Zo kon hun mest worden verzameld en weer gebruikt worden voor de armetierige akkers. Mede door de ontwikkeling van kunstmest zijn de dieren overbodig geworden en worden sommige rassen met uitsterven bedreigd.

Weideschapen zijn ontstaan op voedselrijke gronden, zoals op de zware klei langs de rivieren en langs de kust of in het mergelland. Weideschapen zijn op te splitsen in rassen die voor het vlees worden gehouden en rassen die voor de melk worden gehouden.

Aan het eind van de herfst hebben de Ooien groene, blauwe, zwarte of rode vlekken op de vacht. Dit komt doordat in de herfst de Rammen tussen de Ooien worden losgelaten. De Rammen krijgen een stempelkussen (een dekblok genaamd) op hun buik gebonden met rood, groen of blauw kleurkrijt. Als de Ram de Ooi bespringt om haar te dekken, kleurt het dekblok haar rug. Zo kan de boer nagaan welke Ooien gedekt zijn en door welke Ram. Ook kan hij zo in de gaten houden wanneer elk Schaap moet lammeren, om tijdig maatregelen te kunnen nemen, want veel rassen hebben daar hulp bij nodig.

Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Schaap_(dier)

Schapen volgen inderdaad de leider. Dat is meestal de oudste van de kudde en ook meestal een Ooi of een Hamel. De Ram heeft daar geen problemen mee, want hij weet dat zij veel beter is in het onthouden van goede plekjes om te grazen en het best de weg terug naar de stal weet. Hij zal zich meer bezighouden met het in de gaten houden van de kudde. Is er gevaar dan staat hij er direct om de kudde bij te staan. Samen met de leidende Ooi trouwens, want zij is de beschermvrouwe van de kudde.

Schapen zijn helemaal niet zo wollig en bangig als wij denken. Schapen zijn hele gevoelige dieren. Dit wil echter niet zeggen dat Schapen zwakkere dieren zijn. Ze gebruiken hun gevoeligheid voornamelijk als bescherming. Ze hebben hoog gevoelige sensoren waarmee ze veel info ter beschikking hebben die ze kunnen gebruiken om zichzelf en de kudde te beschermen. Maar Schapen leven vooral op hun eigen ritme en het ritme van Moeder Natuur.

De hoog gevoelige sensoren van een Schaap beperken zich niet tot het horen, voelen en zien van de kleinste bewegingen. Schapen hebben ook een uitgesproken en verfijnde intuïtie, een verbondenheid met de Kosmos. Ze nemen instinctmatig (gedrags)patronen over vanuit de kuddenenergie of kuddespirit. Het grootste deel van hun communicatie verloopt telepathisch via de energie in hun kuddenaura.

Schapen zijn herkauwers. Maar dat gebruiken ze enkel voor hun voeding en niet voor hun energie. Wanneer er een misverstand in de kudde optreedt wordt dit direct met een kordate duidelijkheid opgelost waarmee ieder zich weer helemaal bewust is van zijn plaats in het geheel.

Ze kunnen enorm snel vluchten maar ook zeker vechten. Hun scherpe gehoor, hun sterke voelen en goed zicht; maakt dat het Schaap een sterk dierensoort is. Dat zich bewust is van zichzelf en de omgeving waarin het zich bevindt op een onbevreesde en veerkrachtige manier.

Schapen zijn enorm sociaal en zien alle voordelen van in kudde te leven waar ieder in zijn eigen element mag zijn met vertrouwen in zichzelf, waardoor ze je aanmoedigen om de juiste kudde voor jezelf te zoeken en daarin met een natuurlijke flow en veerkracht in uitwisseling gaan. Het is uiterst van belang voor een kuddedier om niet alles alleen te (moeten) doen en tegelijkertijd de nodige ruimte te hebben om zichzelf te zijn.

Een groepsaura kan je helpen je te beschermen, maar kan je ook tegenwerken. Het is vanuit zelfzorg en zelfcreatie van uiterst belang tijd te besteden in je keuzes en beslissing met welke aura-energie (personen/groepen) jij je verbindt. Schapen staan spiritueel ook voor het maken van je eigen keuzes vanuit het recht om te zijn zoals je bent ook al moet je daarvoor tegen de kudde in rennen. Schapen dragen een vernieuwende energie en brengen een nieuwe kijk in de dingen des levens. Dit is mede mogelijk gemaakt door hun sterke telepathische verbindingen met natuur en Kosmos. Zij vangen automatisch alle energie-verschuivingen op. Fysieke en niet fysieke… Misschien versterkt het Schaap jouw vóórloperenergie en pioniersgeest dat verbonden is met een sterk aanpassingsvermogen.

De hoorns van een Schaap zijn sterker dan jouw nagels en haren.
Schapen kunnen moorden begaan om hun familie te beschermen. Maar het Schaap is meester in het kunnen managen van zijn/haar krachten. Het Schaap weet dat het zelf sterk moet blijven als het de anderen wil blijven helpen, beschermen, ondersteunen en zal dus nooit nutteloos tot het einde van zijn/haar krachten gaan.
Hierbij hoort ook dat het Schaap nooit het overzicht verliest. Het blijft in contact met zijn ware essentie of bewust zijn, waaruit het het hele gebied overziet, zijn kudde en de vijand. Zo weet het Schaap als geen ander wanneer het beter is te vluchten of te vechten. Belangrijk is te begrijpen dat vluchten in bepaalde situaties niet ‘zwak’ is, maar juist ‘sterk’ omdat je de situatie op een juiste manier inschat zonder nutteloos energieverbruik. En dit vooral uit (zelf)liefde.

Misschien ligt het wel aan de wollaag van het Schaap waardoor we het atletische lichaam van de Schapen niet kunnen zien. Bovendien zijn Schapen in onze maatschappij voornamelijk op vlakke weilanden gehuisvest waardoor ze hun klimmentalenten niet kunnen showen. Maar Schapen zijn uitstekende klimmers. Spiritueel kan deze eigenschap helpen tijdens het beklimmen van hoge levenstoppen of het verlaten van diepe levensdalen.

De wol heeft een levensreddende functie. Er zit een bepaald vet, lanoline, in die het klitten van de vacht verminderd, maar die ook eventuele verwondingen sneller doet helen. Schapen zijn sterke dieren die als ze vechten, een reden hebben om te vechten en zich hierdoor volledig in het gevecht durven smijten. Hiervoor heeft Moeder Natuur ze voorzien van een dikke wollaag, zodat de scherpe horen of tanden van de vijand moeilijker bij de gevoelige huid kunnen. Wol houdt niet enkel warmt, geeft niet enkel isolatie tegen warmte, maar brengt vooral bescherming. Het Schaap ondersteund je om jezelf met zachtheid, warmte, zelfzorg en zelfliefde een dikke zelfbeschermingslaag te schenken. Maar vooral om vanuit je eigenheid te leven in éénklank met al wat is.