Spirit van Jute

foto van Spirit van Jute

Algemeen:
Jute is een lange, zachte, glanzende, plantaardige bastvezel die tot ruwe, sterke draden kan worden gesponnen. Jute is één van de goedkoopste natuurlijke vezels, en na Katoen de meest gebruikte. De vezels van Jute zijn hoofdzakelijk samengesteld uit cellulose en lignine. Omstreeks 1838 werd in Dundee ontdekt hoe Jute machinaal gesponnen kon worden, waarna het gebruik snel toenam. Jute is een goedkoop, grof basisweefsel.

Jute wordt verkregen uit planten van het geslacht Corchorus. Die komen voornamelijk in warme, vochtige gebieden voor, zoals in India, Bangladesh en China.

Jute is een akkerbouwgewas dat een fijn zaaibed verlangt. Zodra de planten ongeveer 15-20 cm lang zijn volgt uitdunning. Ongeveer vier maanden na het zaaien begint de oogst. De planten worden gewoonlijk geoogst nadat ze hebben gebloeid, maar voordat de uitgebloeide bloemen afvallen. De stengels worden dicht bij de grond afgesneden, in bundels gebonden en ongeveer 20 dagen in water geweekt. Bij dit proces wordt door roting de stengel zacht, waardoor de bastvezels kunnen worden gescheiden van de houtpijp. De bastvezels worden vervolgens gestript van de stengels en in lange bundels gewassen in helder stromend water. Vervolgens worden ze gedroogd. Na 2-3 dagen drogen worden de vezels in bundels gebonden.
De Jute wordt gesorteerd naar kleur, sterkte en vezellengte. De kleur kan variëren van gebroken wit tot bruin en de lengte kan 1 tot 4 m zijn. Ten slotte wordt het in balen geperst voor verzending naar de verwerkers.

Van Jute worden onder andere matten gemaakt om bodemerosie te verhinderen. Voor deze toepassing is een biologisch afbreekbare vezel essentieel. Verder wordt Jute gebruikt om doek te maken voor het verpakken van balen ruw Katoen en voor het maken van zakken en ruw doek. De vezels werden tevens veel geweven tot gordijnen, stoelbekledingen en tapijten, maar voor deze toepassingen is Jute vaak vervangen door synthetisch materiaal. Jute vezels worden bij sommige toepassingen gemengd met andere typen vezels om een sterkere combinatie te maken, bijvoorbeeld bij de fabricage van touw. De uiteinden van Jute, de ruwe uiteinden van de Juteplanten, worden gebruikt om goedkoop doek te fabriceren. Zeer fijne draden kunnen gebruikt worden om imitatie Zijde te maken.

De vezels van Jute kunnen ook worden gebruikt om papier te maken. Het voordeel boven Hout is dat Jute geen boskap vereist. De milieu-impact van Jutevezels is relatief laag in vergelijking met ander natuurlijktextiel.

Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jute

De symbolische betekenis die wij aan Planten toekennen is misschien wel net zo oud als de mens zelf. Planten en andere gewassen, en soms delen daarvan, kregen door de eeuwen meerdere betekenissen.
Jutte, Linnen en Katoen wordt al sinds mensenheugenis (reeds 38 000jaar) gebruikt om kleding en aanverwanten te maken. Deze materialen zijn niet statisch.

Omdat Jutte, Linnen en Katoen een natuurlijke materiaal zijn, hebben ze een hogere trilling energie of bewustzijn dan niet-natuurlijk materiaal. Objecten gemaakt van natuurlijke materialen zoals Katoen, Linnen, Wol, Jutte en Zijde, hebben één een hogere trilling en twee het vermogen om energie uit de atmosfeer aan te trekken en op te nemen. Daarom hebben objecten gemaakt van natuurlijke materialen een vermogen om ons in contact te brengen met de universele energieën en -bewustzijnsvormen. Deze hebben een gunstige invloed op onze eigen lichaamsenergie. Kortom, organische materialen nemen energie op en mengen dit met energie vanuit de atmosfeer waardoor er een energie-zuivering/herstel plaatsvindt. Terwijl de kunstmatige stoffen door hun lagere trilling, energie en bewustzijn, de dichtstbijzijnde energie absorberen en deze ongecontroleerd afstaan naarmate andere energie opgenomen wordt.

Elk materiaal heeft een energetische frequentie. Gevolg hiervan is dat de keuze van het materiaal de frequentie van producten bepaalt, maar ook de invloed op het lichaam en de omgeving bepaalt.
Je kunt een voorwerp onder een microscoop uitvergroten totdat je de atomen los van elkaar kunt zien. Je kunt dit doen tot op het punt dat je niet verder kunt en dan is energie het enige dat overblijft. Deze energie heeft een frequentie, dat is het aantal golven dat je tegenkomt per seconde. Deze frequentie kun je dus meten. Energie trilt namelijk in een bepaalde snelheid en ieder voorwerp heeft een eigen trilsnelheid of frequentie.
Nobelprijswinnaar dr. Otto Heinrich Warburg, onderzocht deze Atomaire frequentie en wees atomaire frequentie-nummers toe aan materiële substanties. Op deze manier kun je materie van elkaar onderscheiden. De atomaire frequentie van Linnen is gemeten op 5.000. Katoen bedraagt ongeveer 70 (sommige bronnen zeggen 40), ongebleekt Katoen 100, Zijde 10 en kunststoffen zoals Polyester, Acryl, Spandex, Lycra, Viscose en Nylon 0. Het frequentienummer van de gemiddelde mens ligt ergens tussen de 70 en 90.

Voor het ‘boete doen’ was het dragen van een ‘boetekleed’ vereist. Het was vroeger een gewoonte, ook al in de Bijbelse tijd, dat men hiervoor een ruig Jute gebruikte.

Jute staat symbool voor soberheid, boete doen, woestijn, lijden en armoede.

Klinkt niet vreugdevol, maar het is een zeer ecologisch en milieuvriendelijk materiaal dat ons op een simpele serene manier in contact brengt met de essentie van het bestaan en vooral met de puurheid van het natuurlijk zijn met aandacht voor Moeder Aarde.

Jute straalt een bepaalde natuurlijke puurheid uit die een uitbalancerende zen energie met zich meedraagt.