Spirit van Katoen

foto van Spirit van Katoen

Algemeen:
Katoen is een zachte, ééncellige vezel, die uit de opperhuid (epidermis) van de zaden van de Katoenplant (Gossypium) groeit. De vezels worden doorgaans tot draden gesponnen en als zodanig gebruikt om zacht, luchtdoorlatend en vocht absorberend textiel van te maken.

Onderzoekers beweren dat Egyptenaren in 12.000 v.Chr. al Katoen hadden, en hebben sporen van Katoen gevonden in Mexicaanse grotten die ongeveer 7000 jaar oud waren. Katoen wordt in India al meer dan drieduizend jaar verbouwd. Vandaag wordt Katoen zowat overal ter wereld verbouwd.

Het plukken van de Katoen, wat vroeger handmatig gebeurde, vindt tegenwoordig veelal machinaal plaats. Hiervoor is het nodig dat de plant eerst met een ontbladeringsmiddel wordt bewerkt. Om de afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen te verminderen is genetisch gemodificeerde Katoen ontwikkeld dat de noodzaak tot chemicaliën tot 80% verminderd. In deze Katoen is een gen ingebouwd dat zorgt voor de aanmaak van ‘Bt toxine’. Deze wordt inmiddels wereldwijd verbouwd. Bij de teelt van biologisch Katoen is het gebruik van chemicaliën niet toegestaan, en wordt er handmatig geplukt. Een alternatief is gerecycled Katoen. Dit is de meest duurzame vezelsoort. Voor gerecycled Katoen wordt Katoen uit gedragen kleding of snijafval vervezeld. De herwonnen vezels worden vervolgens opnieuw gesponnen tot garen.

Katoen is een natuurlijk product en komt van de Katoenplant. Het zaadpluis van de plant zijn de katoenvezels. Deze vezels worden tot draden gesponnen en worden gebruikt om zacht, luchtdoorlatend en sterk textiel van te maken.

De Katoenbol bestaat uit twee delen, het Katoenzaad en de Katoenvezels waarbij het zaad zo’n twee derde van het gewicht van de bol vormt. Het zaad wordt geperst en tot olie verwerkt dat voor menselijke consumptie geschikt is. De buitenste schil wordt gebruikt als veevoer. De witte vezels op het zaad worden maximaal zes centimeter lang en bestaan voor bijna 90% uit cellulose; de rest is water en reststoffen. Van de vezels wordt garen gesponnen dat verder verwerkt kan worden in textiel en kleding.

Katoen is een zeer waardevol gewas, omdat bij de verwerking slechts 10% van het ruwe gewicht verloren gaat.

De cellulose is gerangschikt op een manier die Katoen unieke eigenschappen geeft wat betreft sterkte, duurzaamheid en absorptie. De elasticiteit van Katoen is echter gering. Elke vezel is samengesteld uit twintig tot dertig laagjes cellulose die keurig om elkaar heen gedraaid zijn.

De Katoenvezel heeft een kenmerkende structuur: een miniatuur lege brandweerslang, die om zijn as gedraaid is. Hierdoor ontstaan kurkentrekkerachtige windingen waarmee de vezels achter elkaar haken bij het spinnen. De buitenkant van de Katoenvezel is bedekt met een waslaagje: de cuticula. Omdat deze waterafstotend is, moet deze laag voor natbehandelingen verwijderd worden.

Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Katoen

De symbolische betekenis die wij aan Planten toekennen is misschien wel net zo oud als de mens zelf. Planten en andere gewassen, en soms delen daarvan, kregen door de eeuwen meerdere betekenissen.

Katoen, Jutte en Linnen wordt al sinds mensenheugenis (reeds 38.000jaar) gebruikt om kleding en aanverwanten te maken. Deze materialen zijn niet statisch.

Omdat katoen, Jutte en Linnen natuurlijke materiaal zijn, hebben ze een hogere trillingsenergie of bewustzijn dan niet-natuurlijk materiaal. Objecten gemaakt van natuurlijke materialen zoals Katoen, Linnen, Wol, Jutte en Zijde, hebben één een hogere trilling en twee het vermogen om energie uit de atmosfeer aan te trekken en op te nemen. Daarom hebben objecten gemaakt van natuurlijke materialen een vermogen om ons in contact te brengen met de universele energieën en -bewustzijnsvormen. Deze hebben een gunstige invloed op onze eigen lichaam’s energie. Kortom, organische materialen nemen energie op en mengen dit met energie vanuit de atmosfeer waardoor er een energie-zuivering/herstel plaatsvindt. Terwijl de kunstmatige stoffen door hun lagere trilling, energie en bewustzijn, de dichtstbijzijnde energie absorberen en deze ongecontroleerd afstaan naarmate andere energie opgenomen wordt.

Elk materiaal heeft een energetische frequentie. Gevolg hiervan is dat de keuze van het materiaal de frequentie van producten bepaalt, maar ook de invloed op het lichaam en de omgeving bepaalt.
Je kunt een voorwerp onder een microscoop uitvergroten totdat je de atomen los van elkaar kunt zien. Je kunt dit doen tot op het punt dat je niet verder kunt en dan is energie het enige dat overblijft. Deze energie heeft een frequentie, dat is het aantal golven dat je tegenkomt per seconde. Deze frequentie kun je dus meten. Energie trilt namelijk in een bepaalde snelheid en ieder voorwerp heeft een eigen trilsnelheid of frequentie.
Nobelprijswinnaar dr. Otto Heinrich Warburg, onderzocht deze Atomaire frequentie en wees atomaire frequentie-nummers toe aan materiële substanties. Op deze manier kun je materie van elkaar onderscheiden. De atomaire frequentie van Linnen is gemeten op 5.000. Katoen bedraagt ongeveer 70 (sommige bronnen zeggen 40), ongebleekt Katoen 100, Zijde 10 en kunststoffen zoals Polyester, Acryl, Spandex, Lycra, Viscose en Nylon 0. Het frequentienummer van de gemiddelde mens ligt ergens tussen de 70 en 90.

Spiritueel omvat Katoen: vermogen om ‘zuiverheid’ uit de atmosfeer aan te trekken en bezit dus zo een hoger vermogen van bescherming, gemak of easyness, vissenmagie, genezing en geluk.