Algemeen:
Het Europees Konijn (Oryctolagus Cuniculus) is een geslacht uit de familie der Hazen en Konijnen (Leporidae) en is de enige soort uit het geslacht Oryctolagus.
Het Europees Konijn heeft een kop-romplengte van 35 tot 50 cm. De achterpoten van het Konijn zijn (relatief) veel korter dan die van de Hazen. De buik is veel lichter van kleur dan de rug, vaak wit. Ook de onderzijde van de staart en de poten is wit. De staart is 4 tot 8 centimeter lang. Bij het Europees Konijn zijn de oren maximaal tien centimeter lang en korter dan de kop. Het Europees Konijn heeft een lichaamsgewicht van 1,2 tot 2,5 kilogram.
Het Konijn is een schemerdier dat enkel van plantaardig voedsel leeft. Ook eet het zijn eigen keutels op. Dit is een soort van herkauwing in twee fasen. Na de eerste vertering eet het Konijn de uitwerpselen rechtstreeks uit het rectum.
Haasachtigen, waaronder Konijnen behoren niet tot de knaagdieren, al wordt dit vaak gedacht. Knaagdieren beschikken in het bovenste deel van het gebit over maar twee snijtanden, terwijl haasachtigen er vier hebben.
Een Voedster of Moer is een vrouwelijk Konijn. Deze is naast een verschil in geslachtsorganen van het mannelijk Konijn te onderscheiden omdat haar lijf langer is en de kop minder grof. De Voedster van het tamme Konijn is over het algemeen rustiger dan de Rammelaar, behalve wanneer ze drachtig is. Dan kan ze behoorlijk uitvallen en fel bijten. Na de bevalling als ze net jongen hebben gekregen zijn ze zeer beschermend en soms agressief. De Rammelaar of Ram is een mannelijk Konijn. Deze is temperamentvoller dan de Voedster. De Rammelaar is meestal dikker en zwaarder en heeft een bredere kop. Het jong van een Konijn heet een Lamprei of Kitten.
De eisprong van het vrouwtje wordt door de paring in gang gezet en is ongeveer twaalf uur later voltooid. Vandaar dat zowat alle paringen in zwangerschap resulteren. 60% van de zwangerschappen wordt echter niet voldragen. De embryo’s kunnen dan vanaf de twaalfde dag opgelost worden en worden door de baarmoederwand in twee dagen volledig opgenomen. Het is niet geheel duidelijk waarom dit gebeurt. Waarschijnlijk wordt deze “interne abortus” veroorzaakt door een te geringe beschikbaarheid aan eiwit in het dieet. Dit zou ook verklaren waarom wilde Konijnenjongen geboren worden tussen maart en augustus, terwijl tamme Konijnen het hele jaar door jongen krijgen. Het beschikbare voedsel van wilde Konijnen in de winter is karig en bevat zeer weinig eiwit. Het voedsel van tamme Konijnen daarentegen is het hele jaar constant in termen van eiwit door het voeren van korrels. Wellicht vandaar dat zij het hele jaar nesten kunnen krijgen.
De draagtijd van een Konijnen is 28–31 dagen. Reeds enige uren na de geboorte van de jongen is het wijfje weer paringsbereid en wordt opnieuw gedekt, zodat zij tijdens de zoogperiode reeds nieuwe embryo’s in haar baarmoeder herbergt. Per jaar kan een vrouwtje drie tot zeven worpen krijgen, met een minimum interval van dertig dagen.
Nog een bijzonderheid van Konijnen is dat de mannelijke embryo’s in de baarmoeder in de minderheid zijn ten opzichte van de vrouwelijke. Na de geboorte verschuift die verhouding nog verder, zodat er ten slotte 100 rammen op 130 moertjes overblijven.
Het mannetje beschermt jonge Konijnen tegen andere Konijnen, die zich agressief kunnen gedragen tegenover vreemde jongen en deze zelfs doden. In gevangenschap komt het echter regelmatig voor dat het mannetje zelf de jongen doodt. Vrouwtjes zijn na vier maanden geslachtsrijp, mannetjes na drie maanden. Onder de juiste omstandigheden kunnen Konijnen zich razendsnel voortplanten, waardoor ze symbool staan voor vruchtbaarheid. Doch deze hoge vruchtbaarheid is van belang voor het behoudt van het Konijn. Ze staan namelijk op het menu van heel veel dieren, inclusief de mens.
Konijnen worden in het wild maximaal negen jaar oud. Tamme Konijnen kunnen, als ze goed verzorgd worden, wel twaalf jaar oud worden. Onder normale omstandigheden (in een hok, altijd genoeg eten) worden tamme Konijnen ongeveer vijf tot zeven jaar, meestal gaan ze dan dood omdat ze te dik worden.
Konijnen leven in grote groepen in een uitgebreid gangenstelsel, een zogenaamde (konijnen)bouw, konijnenhol of konijnenburcht. De bouw wordt meestal aangelegd in een heuvel of in één of andere helling zoals een duin. De ingang heeft een diameter van tien tot vijftig centimeter. Ze wagen zich zelden verder dan 400 meter van het hol af.
Bij lage dichtheden leeft het Konijn in paarverband, bij hoge dichtheden in groepen van ongeveer twintig volwassen dieren en hun jongen. Binnen zo’n groep vormen zich subgroepjes, bestaande uit één tot vijf mannetjes en één tot zes vrouwtjes. Zo’n subgroepje heeft zijn eigen graasplek, die het meestal verdedigt tegen andere dieren. Binnen een groep heerst een rangorde, waarbij de dominante dieren de beste nesten betrekken, vlak bij het centrum van de kolonie. De jongen van dominante dieren staan later vaak ook hoog in de hiërarchie.
Terreinafbakening gebeurd door een stof uit de geurklieren onder de kin, urine en hopen keutels.
Konijnen kunnen een topsnelheid van 55 km/u halen, maar houden dit niet lang vol.
Oorspronkelijk komt het Europees Konijn enkel voor op het Iberisch Schiereiland. Toen de Feniciërs rond de 11e eeuw v.Chr. het Iberisch Schiereiland bereikten, troffen ze daar veel Konijnen aan. Omdat zij de dieren erg vonden lijken op de voor hen beter bekende Klipdassen, gaven ze de streek de naam ‘i-saphan-im’, het land der Klipdassen. Deze naam is later door de Romeinen verbasterd tot ‘Hispania’.
De Romeinen introduceerden het dier in het grootste deel van het Romeinse Rijk. Tegenwoordig wordt het in heel West-, Midden- en Zuid-Europa en Centraal-Azië aangetroffen op elk terrein waarin het Konijn holen kan graven. Het wilde Konijn leeft voornamelijk in graslanden, open weilanden, en heidegronden, liefst met een droge, losse, zanderige bodem. Ook komt het voor in open bossen, de rand van landbouwgebieden en zandduinen.
Een virusziekte, myxomatose, was er in de jaren vijftig de oorzaak van dat het dier op vele plaatsen is verdwenen. Later is het aantal weer toegenomen, doordat meer dieren resistent werden tegen het virus. In Spanje heeft dit ook geleid tot afname van de Iberische Lynx. Het Europees Konijn staat sinds 2018 op de lijst van bedreigde diersoorten.
Met het Konijn werd al in de Romeinse tijd gefokt. Het dier werd gehouden voor vlees en bont. De Romeinen hielden het Konijn in afgesloten parkjes. Na de Tweede Wereldoorlog werd het Konijn een populair gezelschapsdier, inclusief speciale Konijnententoonstellingen.
Een Konijn staat symbool voor vruchtbaarheid. Volgens het volksgeloof heeft het Konijn magische en geneeskrachtige eigenschappen. Het dragen van een konijnenpootje zou geluk brengen.
Spiritueel vraagt het Konijn je vooral om je angsten te transformeren in ruimte voor jezelf, je talenten en je levensdoelen. Alle aanwezige mogelijkheden groeien met de juiste aandacht en liefde. Het Konijn staat ook voor overvloed, comfort en kwetsbaarheid.
Het Konijn is een meester in het organiseren en op orde houden, maar vooral is het Konijn een meester is in het behouden van een koel, rustig hoofd. Het zegt je te relativeren zodat je kan relaxen…. en milder met jezelf zijn. Het Konijn moedigt je aan om orde te scheppen en eventuele onzuiverheden uit je eco-systeem en leven te halen. Misschien heeft je lichaam een detox nodig, misschien is je job heel belastend en destructief, … Als het Konijn op je pad komt, word je uitgenodigd om te kijken waar verbetering of verandering nodig is om weer helemaal jezelf te kunnen zijn.
De huidige tijd kan chaos veroorzaken waardoor je slaaf van je perfecte to-do-lijst kan worden. Maar wanneer je ziel in de 5-dimensie-energie geactiveerd werd, is het je onmogelijk geworden om ‘10’ verschillende dingen te doen op één dag. 3-D activiteiten halen je uit balans en verbruiken je energie. Hierdoor zal je lichaam in protest gaan. De Voedster nodigt je uit wat milder te zijn voor jezelf en rust te nemen wanneer jouw fysieke lichaam daar om vraagt ook al is dit onder luid protest van je brein.
Wordt de “voedster” van “jouw zijn”, want alleen als je “jouw zijn” voedt met wat het nodig heeft, blijf je in balans in je eigen zijn en eigen kracht. Hiervoor dien je te voelen, voelen wat jouw lijf zegt, nodig heeft en ernaar (durven) luisteren.
Hier hoort ook voeding bij. Als je weet dat alles energie is en dat ook jouw lichaam trilt op het ritme van je eigen energie, dan weet je ook dat jouw lichaam het beste resoneert met voeding die bij jouw eigen energetische lichaamstrilling past en die een hoge energetische frequentie heeft.
Konijnen worden als gedomesticeerd dier met zachte lieve oren en vacht door iedereen geliefd en bemind. Maar eens ze in de natuur holen graven in de constructies die ‘mens’ gemaakt heeft, verdwijnt deze sympathie volledig. Doch is het graven van holen de (over)levenswijze van het Konijn. De natuurlijke staat van Konijn zijn….
Konijnen nemen deel aan het grote ecosysteem en stellen je de vraag hoe jij zorg draagt voor jouw mini-ecosysteem, jouw huishouden en jezelf. Draag je zorg voor jezelf en anderen met de nadruk op het behoud van het eco-systeem en daarbij het behoudt van Moeder Aarde en de mensensoort?
Als het Konijn jouw pad kruist, zal het je de drang om te gaan doen wat je moet doen aanwakkeren: je taak, je zielsmissie, je levensdoel, … en je aansporen oude structuren, programma’s en patronen los te laten. Het konijn nodigt je uit om je weer met Moeder Natuur te verzoenen en samen met haar, in plaats tegen haar te leven en dit op een georganiseerde manier.

