Spirit van Linnen

foto van Spirit van Linnen

Algemeen:
Linnen, vroeger ook wel ‘lijnwaad’ genaamd, is een soort textiel dat gemaakt wordt uit Vlas. Linnen wordt niet alleen gebruikt om kleding te maken, maar ook voor tafellinnen, bedlinnen, gordijnen en zelfs badhanddoeken en schilderdoeken. Linnendraad is sterk, daarom werd het ‘ijzergaren’ genoemd.

Het werd en wordt nog steeds gebruikt bij het kantklossen. Ook werd en wordt het nog steeds gebruikt als bekledingsmateriaal van boeken. Linnen werd gebruikt voor de bouw van zeilschepen en vliegtuigen.

Vlas is een gewas dat al lang verbouwd wordt. De rassen kunnen naar gebruik als volgt worden ingedeeld: Vezelvlas: voor Linnen en Olievlas: voor lijnzaadolie. Planten van olievlas zijn korter en meer vertakt dan die van vezelvlas.

Vezelvlas wordt geteeld om de vezel. De Plant is tussen de 80 en 120 cm lang en wordt met wortel en al uit de grond getrokken om een zo lang mogelijke vezel te behouden. Vroeger gebeurde dit met de hand en werd het vlas in schoven gezet. Tegenwoordig gebeurt het trekken meestal machinaal en wordt het vlas plat op de grond gelegd. Ook gebeurt het roten op het veld (dauwroten). Door het gerote Vlas op machinale wijze te braken en te zwingelen (hout uit de vezel verwijderen) komt de zachte vezel vrij (lange vezel). Het overschot noemt men klodde. Deze worden dan voor verdere verwerking geperst in balen. De stukjes kern (houtpijp) worden scheven genoemd. Deze scheven worden (als toevoeging) gebruikt in meubelplaten, bouwplaten en isolatiemateriaal. Bij het zuiveren van de scheven komt nog wat Vlasvezel vrij (korte vezel) dat samen met lompen wordt vermalen tot grondstof voor de papierfabricage. Hier wordt oudhollands papier, bankpapier of sigarettenpapier van gemaakt. Ook kan het verwerkt worden in isolatiemateriaal en producten voor vormdelen in auto’s. Er komen steeds nieuwe toepassingen bij, zoals de hybride vlasvezel-carbonfiets of hechtdraad in de chirurgie.

Na het zwingelen wordt gehekeld. Met de hekel worden de vezels ontdaan van verontreinigen en gekamd tot een lange gladde bundel. De lange Vlasvezels worden gekaard en gekamd om ze geschikt te maken voor het spinnen van fijne garens. Het Vlasgaren wordt geweven tot doek en na bleking geeft dit het gebleekte Linnen. De hekelsnuit, de kamresten en de andere korte vezels worden gekaard waarbij alle vezels in dezelfde richting komen te liggen en gesponnen tot lokkengaren, grove draden (Vlastouw, werk of taupe). De korte vezels, worden ook gebruikt voor de productie van touw dat door twijnen of slaan verkregen wordt.

Dat het Vlas niet onmiddellijk van het veld wordt verwijderd heeft te maken met het roten. Door dit proces wordt de pectine die het lint bindt aan de vezel verwijderd. Dit heet dauwroten. Het Vlas wordt dus terug plat op de akker gelegd en moet gekeerd worden, om een egale roting te verkrijgen.

In de oude situatie werd het Vlas niet op het veld gedauwroot. Het ongerepelde Vlas werd opgeslagen in grote Vlasschuren. Daarna werd het gerepeld. Bij het repelen wordt de zaadbol van de stengel verwijderd. Voor het verwijderen van de bast moet het Vlas daarna geroot worden. Vroeger gebeurde dat in de rivier (daarom werd in België de Leie de “gouden rivier” genoemd). De vlaswerkers hadden echter nogal eens te kampen met Vlaskoorts, veroorzaakt door de boterzuurbacterie die bij het roten vrijkwam.

De fijnste lange vezels worden op natspinmachines (de lont loopt hier via warm water) tot uiterst fijne garens gesponnen die door het gebruikte water zoveel cohesie hebben gekregen, dat ze weinig uitstekende vezels hebben en meteen geschikt zijn om als ketting te worden gebruikt (zonder eerst gelijmd (gesterkt) te worden). Dit maakte het Vlasgaren lang een ideaal kettinggaren tegenover Katoen, dat in enkeldraads steeds gesterkt moet worden.

Tot in de achttiende eeuw was de Vlasvezel in Europa naast Wol de belangrijkste grondstof voor textiel, maar in de negentiende eeuw is hij als zodanig verdrongen door Katoen. De teelt kan zich nu alleen nog staande houden met behulp van subsidies.

Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Linnen

De symbolische betekenis die wij aan Planten toekennen is misschien wel net zo oud als de mens zelf. Planten en andere gewassen, en soms delen daarvan, kregen door de eeuwen heen meerdere betekenissen.

Linnen, Jutte en Katoen wordt al sinds mensenheugenis (reeds 38 000jaar) gebruikt om kleding en aanverwanten te maken. Deze materialen zijn niet statisch.

Omdat Linnen, Jutte en Katoen een natuurlijke materiaal zijn, hebben ze een hogere energietrilling of bewustzijn, dan niet-natuurlijk materiaal. Objecten gemaakt van natuurlijke materialen zoals Katoen, Linnen, Wol, Jutte en Zijde, hebben één een hogere trilling en twee het vermogen om energie uit de atmosfeer aan te trekken en op te nemen. Daarom hebben objecten gemaakt van natuurlijke materialen een vermogen om ons in contact te brengen met de universele energieën en -bewustzijnsvormen. Deze hebben een gunstige invloed op onze eigen lichaamsenergie. Kortom, organische materialen nemen energie op en mengen dit met energie vanuit de atmosfeer waardoor er een energie-zuivering/herstel plaatsvindt. Terwijl de kunstmatige stoffen door hun lagere trilling, energie en bewustzijn, de dichtstbijzijnde energie absorberen en deze ongecontroleerd afstaan naarmate andere energie opgenomen wordt.

Elk materiaal heeft een energetische frequentie. Gevolg hiervan is dat de keuze van het materiaal de frequentie van producten bepaalt, maar ook de invloed op het lichaam en de omgeving bepaalt.
Je kunt een voorwerp onder een microscoop uitvergroten totdat je de atomen los van elkaar kunt zien. Je kunt dit doen tot op het punt dat je niet verder kunt en dan is energie het enige dat overblijft. Deze energie heeft een frequentie, dat is het aantal golven dat je tegenkomt per seconde. Deze frequentie kun je dus meten. Energie trilt namelijk in een bepaalde snelheid en ieder voorwerp heeft een eigen trilsnelheid of frequentie.
Nobelprijswinnaar dr. Otto Heinrich Warburg, onderzocht deze Atomaire frequentie en wees atomaire frequentie-nummers toe aan materiële substanties. Op deze manier kun je materie van elkaar onderscheiden. De atomaire frequentie van Linnen is gemeten op 5.000. Katoen bedraagt ongeveer 70 (sommige bronnen zeggen 40), ongebleekt Katoen 100, Zijde 10 en kunststoffen zoals Polyester, Acryl, Spandex, Lycra, Viscose en Nylon 0. Het frequentienummer van de gemiddelde mens ligt ergens tussen de 70 en 90.

Linnen is een soort textielproduct dat gemaakt wordt uit Vlas (Linum Usitatissimum). Linnenstof bezit zeldzame bacteriologische eigenschappen. Het is namelijk een natuurlijke antiseptische stof. Bacteriën en schimmels kunnen er niet op leven. Het is zacht én tegelijk is het een heel sterke en duurzame, plantaardige vezel en heeft het een lange levensduur. Door de aanwezigheid van korte en lange vezels die om elkaar verstrengelt zijn, is Linnen 2 maal sterker dan Katoen.

Linnen, omvat spiritueel: puurheid, lichtheid, vrijheid, reinheid, psychische kracht, genezing, bescherming, geld en rijkdom.