Algemeen:
Het wilde Paard (Equus ferus caballus) is een hoefdier uit de orde der onevenhoevigen en de familie der paardachtigen (Equidae). De naam Equus is Latijn voor Paard en ferus betekend wild. Caballus is vanuit het Keltisch doorgedrongen tot het vulgair Latijn en de meeste Romaanse talen. Het betekent eveneens Paard. In de term cavalerie is de deze naam ook te onderscheiden.
De wetenschappelijke naam van het gedomesticeerde Paard is Equus caballus (1758). Synoniemen voor Paard zijn onder meer knol en ros, naar gelang de functie of context worden boerenpaard, harddraver, karrenpaard, pakpaard, renpaard, rijpaard, strijdros, trekpaard en werkpaard gebruikt.
Vermoedelijk stammen alle Paardachtigen af van het Dageraadspaard (Hyracotherium), een niet meer dan 50 cm hoog zoogdier dat zo’n vijftig miljoen jaar geleden leefde. Via verschillende stadia, waarbij onder andere het aantal tenen afnam (één teen, de vergrote nagel), het gebit zich wijzigde en het dier groter werd, ontwikkelde zich uiteindelijk Equus Ferus. Het Paard behoort tot de onevenhoevigen (Perissodactyla).
In Noord-Amerika, verliep de evolutie van het Paard uit verschillende soorten Paardachtigen die in de afgelopen miljoenen jaren naar Eurazië migreerden. Zo’n vijf miljoen jaar geleden ontstond Equus, die op de vlaktes van Noord-Amerika en Eurazië leefde.
Het Paard is in Amerika kort na het einde van de laatste ijstijd uitgestorven. De oorzaak van het uitsterven is niet bekend, maar het viel samen met de intrede van de eerste mensen in Amerika. De tamme en verwilderde Paarden die thans in Amerika leven, stammen voor een groot deel af van Andalusiërs (en Iberische Pony’s) die vanaf circa 1500 door de Spanjaarden en de Portugezen werden ingevoerd en later aangevuld met fokmateriaal van werk- en sportpaarden uit Angelsaksische gebieden.
Door het fokken van Paarden door de mens is hun diversificatie in een stroomversnelling geraakt. Voor verschillende doeleinden zijn verschillende rassen gefokt. Verwilderde Paarden stammen dus af van gedomesticeerde voorouders.
Het gedomesticeerde Paard wordt voornamelijk gehouden als rij- en trekdier.
Doordat het Paard gezorgd heeft voor een grote voorwaartse evolutiesprong in de mensensamenleving én er zelf een belangrijke plaats innam náást de mens; wordt het Paard beschouwd als een edeldier met een hoofd, mond en benen in plaats van kop, bek en poten.
Het skelet van een Paard heeft gemiddeld zo’n 205 botten. Een opmerkelijk verschil tussen het skelet van een Paard en dat van een mens is het ontbreken van het sleutelbeen.
De hoogte van een Paard wordt stokmaat genoemd en wordt traditioneel gemeten bij de schoft, het punt waar de nek en de rug samenkomen. Een falabella of miniatuurpaard, wordt slechts zo’n 60 cm hoog, terwijl andere rassen wel twee meter kunnen worden. Het gewicht van een Paard ligt tussen de 380kg (lichte Rijpaarden) en 1000kg (zware of koudbloedpaarden).
Het grootste en zwaarste bekende Paard was een 19e-eeuwse ‘Shire-ruin’, genaamd Mammoth, die werd geboren in 1846 met als eerste naam Sampson. De schofthoogte was in 1850 ruim 219 cm bij een gewicht van 1524 kilogram. De huidige recordhouder voor ’s werelds kleinste paard is Thumbelina, een volwassen miniatuurpaard dat lijdt aan dwerggroei. Het is 43 cm hoog en weegt 26 kg.
De vacht van het Paard kan zowel effen gekleurd als bont zijn. De kleur wordt genetisch bepaald. De manen, het lange haar op de bovenzijde van de hals, zijn vermoedelijk ontstaan als bescherming tegen roofdieren zoals katachtigen, die het Paard op de rug springen en in de nek bijten. Door dan de aanvaller met bokkende bewegingen van zich af te schudden, verliest het Paard enkel wat van zijn manen, maar niet het leven. De staart wordt gebruikt om insecten te verjagen.
Een Paard vermijdt oververhitting door te zweten. Het zweet bevat veel olie, waardoor bij een grote, langdurige inspanning, bij warmweer schuim ontstaat. Een Paard kan in het algemeen slecht tegen de hitte en leeft niet lang in de tropen.
Paarden moeten zich als prooidieren steeds bewust zijn van hun omgeving en hebben hiervoor de grootste ogen van alle landzoogdieren. Doordat de ogen zich aan de zijkant van het hoofd bevinden, hebben ze een gezichtsveld van meer dan 350°. Paarden hebben een uitstekend dag- en nachtzicht. Ze hebben een tweekleuren- of dichromatisch zicht. Dat betekent dat ze ongeveer zo zien als een mens met rood-groenkleurenblindheid, waarbij met name rood en verwante kleuren worden waargenomen als groentinten.
Paarden hebben een goed ontwikkeld gehoor. De oorschelp van elk oor kan tot 180° draaien, wat ze de mogelijkheid geeft in alle richtingen te kunnen horen zonder het hoofd te bewegen. Paarden hebben een goed evenwichtsgevoel, deels te danken aan hun hoogontwikkelde proprioceptie (het gevoel van waar het lichaam en de ledematen zich precies bevinden).
Het reukvermogen is beter dan dat van mensen maar is niet hun sterkste zintuig van het Paard. Paarden zijn in grotere mate afhankelijk van hun zicht.
Paarden hebben een goed ontwikkelde smaakzin, dat hen in staat stelt het smakelijkste voedsel te kiezen. Met hun lippen kunnen ze zelfs heel kleine korrels sorteren. Normaal zal een Paard geen giftige planten eten, maar toch eten Paarden soms toxische hoeveelheden van giftige planten, zelfs als er voldoende ander voedsel is.
Paarden zijn planteneters (herbivoren), maar geen herkauwers. De voortanden gebruiken ze om gras en dergelijke mee af te rukken, waarna dit door de kiezen vermalen kan worden. Een hengst heeft vier extra tanden tussen de snijtanden en voorkiezen: de haaktanden.
De meeste merries hebben geen cyclus in de winter. De dracht van een Paard duurt gemiddeld 11 à 12 maanden en tweelingen zijn zeldzaam. Veulens worden meestal geboren in de lente. Veulens zijn binnen korte tijd na de geboorte in staat om te staan en te lopen. Dit heeft ermee te maken dat Paarden oorspronkelijk op de open vlakte leefden, waar de kudde snel moest kunnen vluchten.
Paarden van vier jaar oud worden beschouwd als volwassen, hoewel het skelet zich normaal gesproken blijft ontwikkelen tot hun zesde. Afhankelijk van de tijd waarop ze volwassen worden, het ras, en het te verwachten werk, worden Paarden meestal voor het eerst onder het zadel gebruikt als ze tussen de twee en vier jaar oud zijn. Hoewel volbloedrenpaarden in sommige landen al getraind worden als ze twee jaar oud zijn, worden deze Paarden in het algemeen niet gezadeld voor ze drie, vier of vijf jaar oud zijn, omdat hun botten en spieren voor die tijd nog niet voldoende ontwikkeld zijn.
De hoogste snelheid ooit bij een bereden paard gemeten is 88 kilometer per uur. De gemiddelde gemeten snelheid van een Paard is 60 kilometer per uur.
Het Paard is een kuddedier en wordt gemiddeld zo’n dertig jaar oud. Het kuddeverband heeft een duidelijke hiërarchie. De familiekudde wordt meestal geleid door een oudere, ervaren merrie. De kudde telt doorgaans ongeveer twaalf volwassen merries met hun veulens en een paar volwassen hengsten. Het merendeel van de onvolwassen hengstveulens komt in zogenaamde hengstenkuddes terecht.
Communiceren doen ze op verschillende manieren, door het maken van geluiden als hinniken en ook met lichaamstaal. Veel Paarden worden onhandelbaar als ze in isolatie worden gehouden.
Paarden zijn prooidieren met een sterke vecht-of vluchtrespons. Hun eerste reactie op een bedreiging is meestal schrikken en vervolgens vluchten. Wanneer de vlucht onmogelijk is of wanneer hun jongen worden bedreigd kunnen ze zichzelf verdedigen.
Paarden zijn meestal erg nieuwsgierig. Wanneer ze schrikken, nemen ze vaak een moment om de oorzaak van de onrust vast te stellen. Ze vluchten niet altijd als ze de oorzaak van de schrik als niet-bedreigend zien.
Paarden hebben verschillende manieren of gangen om zich voort te bewegen. Paardengangen kunnen symmetrisch of asymmetrisch zijn. Bij het analyseren van de paardengang zijn tot wel 60 verschillende patronen gevonden.
In het wild lopen Paarden op onbeslagen hoeven. In het verleden werden hoefijzers als noodzakelijk beschouwd wanneer paarden zware lasten moeten dragen en wanneer zij veel over verharde wegen moeten lopen. Tegenwoordig menen sommigen dat hoefijzers onnodig zijn, en zelfs schadelijk kunnen zijn voor de paardenhoef.
Paarden kunnen zowel staand als liggend slapen. Als aanpassing aan een leven als prooidier in het wild, kennen Paarden een vorm van lichte slaap, waarbij ze niet door de benen zakken. Paarden slapen beter in groepen, omdat andere Paarden de wacht houden en uitkijken naar roofdieren terwijl sommige dieren slapen. Een Paard dat alleen wordt gehouden, slaapt doorgaans niet goed omdat zijn instinct erop gericht is constant op de hoede te zijn voor gevaar. Paarden slapen niet in één lange periode, maar nemen vele korte periodes van rust. Paarden moeten gaan liggen om in de remslaap te komen. Ze hoeven om de paar dagen slechts een paar uur te liggen om aan de benodigde hoeveelheid remslaap te komen. Wanneer een Paard echter nooit kan gaan liggen, krijgt het na een paar dagen last van slaapdeprivatie en kan het in zeldzame gevallen zelfs instorten.
Het Paard is door de eeuwen heen voor de mens voor allerlei doeleinden zeer waardevol gebleken. Tienduizenden jaren geleden was het Paard voor de mens een belangrijke voedselbron. Vermoedelijk kreeg de mens pas in de Jongere Steentijd, die rond 6000 v.Chr. begon, de middelen om grotere dieren te domesticeren. Het gebruik van Paarden als trekdier schijnt er ook voor te hebben gezorgd dat ze niet enkel meer werden gehouden voor het vlees en de melk, maar ook voor het vervoer.
Het gebruik van het Paard voor militaire doeleinden gaat terug tot ongeveer 5000 v.Chr. In de Tweede Wereldoorlog zetten de Russen nog cavalerie in tegen de Duitsers. Ook in het Duitse leger werden nog Paarden gebruikt voor transport. In de huidige ruitersport zijn veel militaire overblijfselen aanwezig. Zo stijgt men meestal links op. De meeste mensen zijn nu eenmaal rechtshandig en dragen hun zwaard dus links.
Voordat landbouwmachines als de tractor hun intrede deden, werden Paarden veel gebruikt in de landbouw, hoewel boeren vaak de voorkeur gaven aan Ossen, waarvan het onderhoud goedkoper was. Ook sommige molens, rosmolens genoemd, pompen en dergelijke werden met paardentrekkracht aangedreven. Voor zulk zwaar werk werden zelfs speciale rassen, trekpaarden, gefokt. Trekpaarden worden tegenwoordig nog steeds ingezet voor het verslepen van stammen in de bosbouw, omdat Paarden de bodem minder beschadigen dan zware machines.
Eeuwenlang zijn paarden gebruikt als trekdieren in aanspanningen voor sledes, karren en wagens.
Paardenvlees was in het verleden populair in Europa, omdat het één van de goedkoopste vleessoorten was. Paarden worden sinds enkele jaren in Europa ook gebruikt voor de productie van paardenmelk in een paardenmelkerij. Aan paardenmelk worden verschillende positieve eigenschappen toegeschreven.
Het vet van paardenmanen werd gebruikt bij brandwonden en als reumazalf. Bij verkoudheid werd paardenmest gekookt en opgedronken. Slangengif werd in lage doses aan Paarden toegediend. Deze ontwikkelen antistoffen tegen het gif en zo kon hun serum worden gebruikt als tegengif bij de mens.
Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Paard_(dier)
Voor de mens staat het Paard vooral voor kracht en vrijheid. Het paard is trouw en dienstbaar. Geen ander dier heeft meer bijgedragen aan de evolutie van de menselijke beschaving en stelde de mens in staat om op verkenning uit te gaan en zich te bevrijden van de beperkingen van zijn gemeenschap. Mensen konden ineens grotere afstanden afleggen en contacten leggen met andere volkeren en culturen. Zware lasten konden ineens over grotere afstanden vervoerd worden. Paarden hebben daarmee onze wereld bereikbaarder gemaakt.
In vele culturen worden aan het Paard magische vermogens toegeschreven, zoals helderziendheid en voorspellende gaven. Paarden oefenen op de meeste mensen een sterke aantrekkingskracht en fascinatie uit. Paarden zijn een symbool van transformatie en helpen om in je kracht te komen. Paarden maken de mens los van het Aardse en geven de mens een voelbare kracht.
Paarden zijn mooie zielen in een krachtige verpakking en hebben verschillende mogelijkheden in hun mars. Het Paard brengt jouw het inzicht dat ook jij uniek bent in je zijn, meer in je mars hebt dan je denkt, maar vooral dat je krachtiger bent dan dat je denkt. Het verschil met het Paard is, dat enkel jij kan en mag beslissen hoe en waar je ingezet wordt en hoe je je leven leeft. Dus neem de teugels in eigen hand, want pas dan wordt jij de ruiter en het Paard in één! Bestuurder en uitvoerder van je eigen ‘zijn’.
Pas als je de teugels in eigen handen hebt kan je gericht je kracht inzetten voor dat wat jij wil bereiken. Het is de enige manier om je energie vanuit harmonie en balans, vanuit je basischakra of bestaansrecht, op een doel te richten en vorm te geven vanuit jouw unieke ‘zijn’. Hiermee creëer je vertrouwen uit ‘eigentrouw’ (trouw aan jezelf).
Paarden leren je ook standvastig te blijven aan jezelf. Vaak is het niet tastbaar karakter van ons gevoel of hart hetgeen dat ons weerhoudt om er vol voor te gaan. Paarden helpen je bij het vinden van jouw eigen unieke krachten of talenten en deze vorm te geven zonder je te laten afremmen door vooroordeel of (zelf)twijfel.
De huidige samenlevingsenergie is geprogrammeerd op ‘afleiding’. Het universum verplicht ons om goed naar en in onszelf te kijken, heb je jezelf helemaal geaccepteerd en ben je bereidt om je unieke harmonie, trilling, energie vorm te geven en in te zetten voor de evolutie van de menselijk beschaving door deze vorm te geven en vooral vanuit je hart te delen met Moeder Aarde? Of laat je je nog te veel afleiden door de beperkende opdrachten van de buitenwereld die je eigen zijn in de kiem smoren als ruil voor illusionistische veiligheid en zekerheid? Het paard komt jou vertellen dat het de bedoeling is om je paardenkracht in te zetten, zonder je door wie of wat dan ook te laten afleiden.
Afleiding zorgt voor een discrepantie tussen Paard en ruiter. Daarom vraagt het Paard je, om even de tijd te nemen om alles op een rijtje te zetten: wat wil je bereiken, wat heb jij nodig om gelukkig te leven, …. Vaak maakt het universum hiervoor ruimte en tijd, gevraagd of ongevraagd. Benut deze kans om terug tot jezelf te komen en om in de voor jouw ‘juiste’ richting te gaan bewegen. Het universum is meester in het schenken van (‘on’)gewilde time-out. Benut deze om te genezen en te ontwaken in je eigen zodat jij alles kan creëren wat je wil of nodig hebt om jouw energie, jouw ‘individueel-zijn’ aan de Aarde, het collectief, het universum en uiteindelijk de Bron te schenken. Door jezelf onvoorwaardelijk en vanuit jouw essentie steeds opnieuw te heruitvinden, vind je steeds opnieuw nieuwe wegen om het Bewustzijn vorm te geven en te doen groeien. En dit doe je stap voor stap, dus veroordeel jezelf niet. Laat deze vooropgezette patronen varen en wees dankbaar, teder en liefdevol naar je eigen behoeftes en hartenwensen. Er is een tijd voor alles en allen zijn we op weg naar de liefdevolle uitdrukking van ons stukje Goddelijk Bewust Zijn. Neem de tijd om jezelf te leren kennen zonder vooroordeel en zonder verwachting. Maak er een ontdekkingsreis van die je op een open speelse manier leidt en begeleidt naar jouw uniekheid en de manifestatie ervan in jezelf. Want dat is de bouwsteen van de nieuwe samenleving.
Wees het goud dat in je zit. En ga daarvoor geen hindernissen uit de weg, want zij zijn de oefeningen die tot zelfkennis leiden.
Zie het samengaan van Paard en ruiter als het samenspel, waarbij de teugels de succesvolle verbinding vormen tussen jouw kunnen en dat wat er uit het Paard kan komen als je ze op de juiste manier ter hand neemt. Jezelf niet serieus nemen leidt tot wilde galop met hard getrek aan de teugels of een Paard dat maar niet van zijn plek komt.
Kijk naar je leven. Op alle fronten. Niet alleen spiritueel, ook gewoon in het dagelijkse 3D-bestaan. Opruimen, wegwerken, afhandelen, regelen, in gang zetten. Sla niet in een blinde onbezonnen galop, want dan kun je alleen maar struikelen of zelfs hard ten val komen. Gewoon blijven voelen met en vanuit je Hart. Dit in elke dimensie (3e , 4e en 5e), want het is het samenspel van paard en ruiter dat ook voor jou een winnende combinatie in petto heeft.

